Als men praat over het vervoer, per spoor, van vloeibare aardolieproducten, dan denkt men al snel aan de bekende vierassige NAM-spoorketelwagens die het vloeibare goud van Schoonebeek naar de raffinaderijen in Pernis brachten. Als het om 'witte' producten gaat, zoals benzine, gasolie, vetstoffen en smeermiddelen, dan komen al snel de tweeassige spoorketelwagens met merknamen in beeld. Voor het natransport gaat de aandacht dan uit naar de bekende tankauto.
Als men praat over het vervoer, per spoor, van vloeibare aardolieproducten, dan denkt men al snel aan de bekende vierassige NAM-spoorketelwagens die het vloeibare goud van Schoonebeek naar de raffinaderijen in Pernis brachten. Als het om 'witte' producten gaat, zoals benzine, gasolie, vetstoffen en smeermiddelen, dan komen al snel de tweeassige spoorketelwagens met merknamen in beeld. Voor het natransport gaat de aandacht dan uit naar de bekende tankauto.
In een Engels tijdschrift trof ik een foto van een Barclay War Department locje, dat uit een Mercian-kit was gebouwd. Omdat deze machientjes ook bij de NTM en later de NS in Friesland hebben gereden, zocht ik de website eens op en zag daar tot mijn blijdschap, dat niet alleen de prijs van de bouwdoos erg meeviel, maar ook dat deze in 3,5 mm schaal (H0) verkrijgbaar was. Reden om er eentje te bestellen.
Velen van ons zullen er wel eens mee te maken gehad hebben. Bergop achter een vrachtwagen zonder te kunnen inhalen. Wat een oponthoud kan dat veroorzaken. Mijn devies luidt daarom: zoveel mogelijk vrachtvervoer per spoor. Dat is ook het idee dat ten grondslag ligt aan dit railplan.
Rotterdam krijgt zijn vierde station. In 1847 werd het eerst station, Rotterdam Delftsche Poort (D.P.) geopend. Het station stond ter hoogte van het huidige Hofplein. Dit HIJSM-gebouw heeft tot 1877 dienst gedaan tot de komst van het tweede door architect K.H. van Brederode ontworpen station, dat 500 meter westelijker werd gebouwd. Dit was een Centraal Station avant la lettre, omdat, uniek voor Nederland, hier lijnen van twee spoorwegbedrijven samenkwamen (HSM en SS). Het bleeft echter Rotterdam DP genoemd worden.
In het begin van de jaren '50 van de vorige eeuw werden op diverse nevenlijnstations zgn. abri's op de perrons geplaatst. Hoewel rudimentair en volledig uit beton gemaakt boden zij toch enige beschutting tegen wind en regen. Lees mee hoe we uit een plaat geplot styreen twee van deze kleinoden bouwen.
Bosspoorlijnen in Roemenië. Ze zijn er nog, smalspoorlijnen in de dichte bossen van de Karpaten. Alleen op die van Vişeu de Sus rijdt men slechts voor toeristen. En op bestelling. Een van de hoogtepunten is het 760 mm net rond Comandău, de stad in Roemenië die in 1898 als eerste elektriciteit kreeg. Hier bevinden zich ook de resten van een kabelbaan die volgens de wetten van de zwaartekracht werkte. Een lorrie met hout ging naar beneden, de lege gelijktijdig naar boven. Paarden rangeerden zowel bij het berg- als het dalstation in het Roemeens plan inclinat sus resp. plan inclinat jos.
Driemaal Brits, driemaal anders, driemaal top. Verlaten heuvels van het noorden, lieflijke coulissenlandschap van het zuiden en het industriële London. Spital, Cheddar en Copenhagen Fields brengen RAIL 2012 modelspoor met de hoogste rating: AAA. We lichten deze drie bijdragen extra toe.
In maart 1983 werd de loc voor het eerst in Railhobby genoemd en wel in het Neurenberg-nieuws over Märklin-model van weleer waarbij de detaillering niet ten koste van de degelijkheid gaat. Toch als het model voor je op tafel staat, komt het ondanks de ouderdom van het ontwerp goed over. Dus greep de redactie de gelegenheid aan om dit model alsnog te testen.
Een oud spreekwoord luidt: 'Hoogmoed komt voor de val.' Daarom heb ik voor mijn modelbaan de naam Hoogmoed gekozen. Waarom? Ik wil de jaren '60 uitbeelden en niet lang daarna is het doek dan ook definitief voor de spoorlijn Boxtel-Wesel gevallen, waarvan ook het station Mill deel uitmaakte. Ook herinneren meer mensen zich nog deze periode waardoor je tijdens je onderzoek achter meer verhalen en feiten komt, die je in het project kunt verwerken.
Wat er in Neurenberg te zien is, is tot op grote hoogste nog de vraag. Hoe houdt de hobby zich in deze kritieke tijden. De hobby zal het wel houden, maar hoe houden de modelspoorfabrikanten zich. Op die vraag proberen we in het maartnummer een sluitend antwoord te geven.
|
|
|
|
|
|