Als men praat over het vervoer, per spoor, van vloeibare aardolieproducten, dan denkt men al snel aan de bekende vierassige NAM-spoorketelwagens die het vloeibare goud van Schoonebeek naar de raffinaderijen in Pernis brachten. Als het om 'witte' producten gaat, zoals benzine, gasolie, vetstoffen en smeermiddelen, dan komen al snel de tweeassige spoorketelwagens met merknamen in beeld. Voor het natransport gaat de aandacht dan uit naar de bekende tankauto.
Week 08 van 20-02-2012 tot 27-02-2012
Vrijdag 13 april 2012 neemt de Stoom Stichting Nederland (SSN) de geheel gerestaureerde stoom-rangeerlocomotief 8811 in gebruik. Voor het verrichten van de openingshandeling is uitgenodigd president-directeur Marion Gout-van Sinderen van ProRail.
De 8811 is een drie-assige tenderlocomotief met een zogenoemde zadeltank. Dat houdt in dat de watervoorraad in een tank boven op de ketel ligt in een zadelachtige vorm. Dit type loc heeft vooral in Engeland ingang gevonden. Deze 8811 werd in 1943 gebouwd door de firma Hudswell Clarke & Co. en kwam met de invasie in Normandië naar het vasteland. In 1945 is ze in Nederland achtergebleven en heeft tot 1953 bij de NS gereden, onder andere op depot Rotterdam-Feijenoord.
Daarna diende de locomotief tot 1975 bij de mijnen in Zuid-Limburg. In 1981 zou ze worden gesloopt, maar werd net op tijd ontdekt door een aantal attente SSN-medewerkers. De 8811 stond vervolgens zo'n 20 jaar onaangeroerd op het SSN-depot, totdat in 2001 met het herstel werd begonnen. In de tussentijd was wel een nieuwe ketel gebouwd in de werkplaats van de Deutsche Bahn in Görlitz en werden reparaties uitgevoerd aan diverse onderdelen.
De 8811 heeft een maximale snelheid van 45 km/h en is dus niet geschikt voor inzet in de SSN-treinen. De loc weegt 49 ton en heeft een vermogen van 460 pk. Ze kan 2,3 ton kolen en 5,5 m3 water meenemen.

|
|
|
|
|
|